Hoe kan je gedrag veranderen? Dat het veranderen van gedrag niet eenvoudig is, is algemeen bekend. Goede voornemens rondom nieuwjaar verzanden na enkele dagen, weken of maanden. Een bepaald dieet volgen, meer sporten of stoppen met roken blijkt op de lange termijn vaak heel lastig. Waarom is gedragsverandering zo moeilijk? Als je begrijpt hoe gedrag werkt, dan kun je ook beter nadenken over gedragsverandering. Je kunt gedrag pas beïnvloeden als je gedrag begrijpt. In dit artikel bespreken we 5 vragen die je jezelf kunt stellen als je wilt komen tot gedragsverandering.

Welke reden heeft het ‘oude’ gedrag?

Een belangrijke gedragsregel is dat ‘ieder gedrag logisch is voor degene die het vertoont’. Gedrag heeft dus altijd een reden. Sta je daar wel eens bij stil? Ook het huidige, ongewenste gedrag heeft een reden. Een sigaret roken werkt stress verlagend. Snoepen verhoogt de bloedsuiker en geeft een goed gevoel. Niet sporten bespaart energie. Oud gedrag heeft een reden en het is belangrijk om die reden te achterhalen. Anders wordt het ‘besluit’ dat dit gedrag moet verdwijnen erg moeilijk. De vraag is namelijk of de reden voor gedrag niet onbewust heel belangrijk is geworden voor het lichaam of de geest. Het is heel belangrijk om nieuwsgierig te zijn naar de redenen van oud gedrag.

Voorbeeld: Een vriend rookt regelmatig wiet. Jij vindt het roken van wiet ongezond en onverstandig. Jij spreekt dat uit naar jouw vriend. Hij is het met je eens. Samen maken jullie een afspraak over het minder roken van wiet. De vriend komt erachter dat hij niet goed om kan gaan met zijn omgeving als hij niet blowt, maar spreekt dit naar jou niet uit. Jij snapt niet waarom het wietgebruik niet afneemt.

Kan je gedrag veranderen?

‘Gezonder leven’, ‘meer bewegen’, ‘afvallen’ zijn mooie woorden, maar het is geen concreet gedrag. Wat gezonder leven precies inhoud, wat meer bewegen precies vraagt en wat afvallen concreet betekent, is een stuk lastiger om te bepalen. Omdat het lastig is om te bedenken, vermijden we vaak deze stap. Dit vermijden is niet alleen thuis aan de hand, maar ook binnen organisaties, waar bijvoorbeeld vage doelen worden gesteld zoals ‘efficiënter werken’, ‘meer eigenaarschap vertonen’ en ‘meer intrinsieke motivatie’ laten zien. We vragen hierbij geen concreet nieuw gedrag, maar verzanden we in containerbegrippen. Willen we tot gedragsverandering komen dan is het heel concreet maken van gedrag van groot belang.

Voorbeeld: Een vriend is meubelmaker en is ontslagen op zijn werk. Toen zijn leidinggevende enkele weken geleden vertelde dat jouw vriend ‘efficiënter’ moest gaan werken, heeft hij dat voor zijn gevoel volop gedaan. In plaats van dat hij een volle werkdag nodig had om vier kastjes in elkaar te zetten, was hij met veel inspanning ‘heel efficiënt’ bezig en om 14.00 al klaar. Vervolgens is hij naar huis gegaan, het werk was namelijk af. Dit was onacceptabel volgens zijn leidinggevende, die (achteraf) onder efficiënt werken verstond dat jouw vriend zes kastjes in plaats van vier kastjes per dag in elkaar had kunnen zetten. Eerder naar huis gaan was volgens de leidinggevende een verkeerde mentaliteit en aantoonbaar nalatig. Daarmee was er reden voor ontslag.

Welke vaardigheden zijn nodig voor het nieuwe gedrag?

Voordat je nieuw gedrag van jezelf of iemand anders kunt verlangen, is het belangrijk om te beoordelen of de vaardigheden wel aanwezig zijn om het nieuwe gedrag te laten zien. Iedereen kan ‘meer bewegen’ of ‘stoppen met roken’, omdat dit over vaardigheden gaat die we allemaal hebben. Zodra het echter over complexe vaardigheden gaat is de vraag of de kennis wel aanwezig is om te laten zien wat nodig is.

Voorbeeld: Jij vraagt aan een vriend van Chinese afkomst of hij mee gaat naar het strand en gaat zwemmen in de zee. De vriend geeft keer op keer aan niet mee te willen. Jij snapt dat niet en bent teleurgesteld. Leren zwemmen tijdens je jeugd is in China niet gebruikelijk. Jouw vriend kan helemaal niet zwemmen, maar durft dit niet uit te spreken.

Is de omgeving klaar voor het nieuwe gedrag?

De interactie tussen een mens en zijn omgeving, is zeer bepalend voor zijn gedrag. Het is om die reden van groot belang om bij een voorgenomen gedragsverandering te beoordelen of de omgeving het nieuwe gedrag mogelijk maakt en het oude gedrag niet uitlokt.

Voorbeeld: Een medewerker werkt 40 jaar in een verpleeghuis. Het bestuur besluit dat ‘digitalisering’ een prioriteit is. Iedereen moet vanaf nu digitaal rapporteren. De medewerker is gewend om in een fysieke map te rapporteren en is niet vaardig met computers. Zij durft dit niet aan te geven aan haar leidinggevende en vraagt haar collega’s voor haar digitaal te rapporteren. De organisatie is er ten onrechte vanuit gegaan dat iedere medewerker digivaardig is, ‘Want ze kunnen ook allemaal op facebook’.

Wat ervaar je bij het nieuwe gedrag?

Wat ervaren na gedrag, bepaald of we bereid zijn dit gedrag in de toekomst nogmaals te vertonen. De beleving van het individu die het gedrag vertoont staat hierbij centraal. Wat voor de één prettig is, hoeft voor de ander niet zo te zijn.

Voorbeeld: Een aantal vrienden maken gebruik van social media. Zij plaatsen foto’s van zichzelf op internet en wijzen elkaar hierop via een groepsapp. Het krijgen van aandacht via sociale media is belangrijk voor jouw vrienden, maar jij hebt daar zelf een andere ervaring mee. Toen jij in het verleden een foto van jezelf plaatste op internet, ben jij in de problemen gekomen met een werkgever. Hierdoor is jouw associatie met het plaatsen van foto’s op internet niet positief. Het is lastig om hiermee om te gaan binnen de groepsapp.

Kan je gedrag veranderen?

Gedragsverandering is moeilijk omdat er zoveel factoren van invloed zijn op het huidige én het nieuwe gedrag. Het is belangrijk om gedragsverandering in de bredere context te zien en rekening te houden met de ervaringen en omstandigheden van de ander. Daarnaast moeten er een aantal randvoorwaarden op orde zijn voordat gedragsverandering zal ontstaan.

Hoe geef je gedragsverandering een kans?

  • Zorg ervoor dat de wens voor ‘oud gedrag’ kleiner wordt;
  • Maak gedrag klein en concreet, zodat het uit te voeren is;
  • Investeer in de vaardigheden die nodig zijn voor het nieuwe gedrag;
  • Bepaal of de omgeving goed gaat reageren op jouw nieuwe gedrag;
  • Zorg ervoor dat het nieuwe gedrag jou voldoende oplevert.

Expeditie Onderstroom coacht mensen en organisaties. Je kunt gedrag pas beïnvloeden als je begrijpt hoe gedrag werkt.

Bron: Sulzer-Azaroff, B., & Mayer, G. R. (1991). Behavior analysis for lasting change. Holt, Rinehart & Winston.